Verband tussen Parkinson en darmbacteriën wijst op verrassend eenvoudige therapie

De Ziekte van Parkinson blijft een van de meest mysterieuze neurodegeneratieve aandoeningen en treft wereldwijd bijna 10 miljoen mensen. Recent onderzoek suggereert een sterk verband tussen veranderingen in darmbacteriën en het ontstaan van deze ziekte, wat mogelijk nieuwe behandelrichtingen kan openen, waaronder de invloed op de hersenen.
Veranderingen in het microbioom: wat dat zegt
In de vroege fases van de Ziekte van Parkinson komen klachten zoals obstipatie en slaapproblemen vaak voor. Die voortekenen kunnen al tot 20 jaar vóór latere stadia, zoals dementie en verlies van spiercontrole, optreden. Nieuw onderzoek onder leiding van Hiroshi Nishiwaki van Nagoya University (Japan) richtte zich specifiek op de darmmicrobiota van patiënten. Het team analyseerde 94 fecale monsters van Parkinson-patiënten en vergeleek die met 73 gezonde controles uit Japan. Die data werden daarnaast vergeleken met gegevens uit China, Taiwan, Duitsland en de Verenigde Staten.
Het onderzoek, gepubliceerd in mei 2024 in npj Parkinson’s Disease, laat zien dat veranderingen in darmbacteriegemeenschappen bij mensen met Parkinson samenhangen met een terugval van stoffen zoals riboflavine (vitamine B2) en biotine (vitamine B7).
Wat dit voor de darmgezondheid betekent
De afname van B‑vitaminen gaat gepaard met lagere niveaus van onder andere korteketenvetzuren (SCFAs) en polyaminen, die belangrijk zijn voor de opbouw en het onderhoud van een gezonde darmslijmlaag. “Tekorten aan polyaminen en SCFAs kunnen leiden tot een dunner wordende intestinale slijmlaag,” zegt Nishiwaki. Een zwakkere slijmlaag maakt de darmwand meer doorlatend, waardoor schadelijke stoffen zoals schoonmaakchemicaliën en pesticiden makkelijker het zenuwstelsel kunnen bereiken. Dat kan bijdragen aan overproductie van α‑synucleïnefibrillen, die zich ophopen in dopamineproducerende cellen in de substantia nigra (het dopamine-producerende gebied in de hersenen), en uiteindelijk leiden tot motorische en cognitieve symptomen van Parkinson.
Hypothesen en mogelijke behandelingen
De onderzoekers stellen voor dat gerichte supplementatie met riboflavine en biotine een veelbelovende therapieroute kan zijn. “Supplementatietherapie gericht op riboflavine en biotine biedt veelbelofte als een potentiële therapeutische weg,” aldus Nishiwaki. Het idee is om via een gepersonaliseerde aanpak de niveaus van deze vitaminen te verhogen bij mensen met tekorten, waarbij analyse van de darmmicrobiota kan helpen om de precieze behoeften in kaart te brengen.
Verder onderzoek en wat nog kan komen
Eerdere studies lieten zien dat hoge doses riboflavine bepaalde motorische functies kunnen helpen herstellen, vooral als patiënten tegelijkertijd rood vlees uit hun dieet schrappen. Verder onderzoek uit 2025 koppelt bepaalde nachtelijke slaapstoornissen aan veranderingen in het microbiome. Ook is er een verband gevonden tussen darmbacteriën en de opname van PFAS (zeer persistentie chemische stoffen die lang in het milieu blijven).
Sommige darmmicroben produceren bovendien meer methaan, waardoor er meer energie en calorieën uit vezelrijke voeding gehaald kunnen worden. Dit onderstreept dat de samenstelling van het darmmicrobioom niet vastligt, maar beïnvloed wordt door voeding, leeftijd en slaapkwaliteit.
De bevindingen wijzen op een veelbelovende richting voor toekomstige behandelingen. Met een beter begrip van de relatie tussen darmgezondheid en neurodegeneratieve ziekten kunnen mogelijk nieuwe manieren ontstaan om de progressie van de Ziekte van Parkinson te vertragen of te voorkomen. Voor mensen die met deze ziekte leven, kunnen deze inzichten een sprankje hoop bieden.